Mijn vader en moeder komen allebei uit het Groningse land. Aan tafel hadden ze wel eens onderonsjes in het Gronings. Ik begreep er altijd maar weinig van, een moeilijk accent dat voor een normale Nederlander onverstaanbaar is. Op familiedagen sprak iedereen met dit accent. Na zo'n dag betrapte ik mezelf op het inslikken van de laatste lettergreep van elk woord en deed ik verwoede pogingen om zo snel mogelijk weer normaal Nederlands te spreken. Door het accent dacht ik altijd dat Groningen een achtergesteld stuk Nederland was. Een deel dat een eigen dialect heeft en daarom niet bij de rest van Nederland hoort. Die gedachte werd vergroot door de dieseltrein die door het Groninger platteland reed en de boerderij waar mijn oom woont.