Deborah - Melkbenen

Na het lezen van Tjingman´s laatste verhaal in VAAS en daarna ook het oproepje om er een vervolg aan te schrijven of een nieuw begin, was ik er heilig van overtuigd dat ik dat ging proberen. Zo’n verhaal vol details, bijzondere verhaallijnen en onverwachte wendingen, daar moest ik toch iets mee kunnen. Bovendien is het een uitdagende oproep van een schrijver om aan zijn verhaal te gaan sleutelen. Maar uiteindelijk durf ik er niet aan te beginnen, gewoon omdat ik niet denk dat het even sterk wordt als het originele verhaal. Sorry Tjingman, maar het verhaal is gewoon al af!
Dus houd ik het maar bij mezelf. Bij mezelf en mijn witte melkbenen. Want tja, dat is natuurlijk weer een probleem wat in deze tijd van het jaar om de hoek komt kijken. Nee sterker nog, het is niet alleen een probleem, het is een dilemma. Ik besefte me namelijk vanmorgen dat ik hoe dan ook een keer met witte melkbenen in het openbaar moest verschijnen. Immers, hoe anders kun je je witte melkbenen omtoveren in glanzende, bruine killing legs dan door het felle zonlicht erop te laten schijnen? Nu heb ik echt wel de zonnebank overwogen, maar na Yvonne’s vlammende betoog over de schadelijke gevolgen hiervan kies ik toch liever voor de natuurlijke weg (zie VAAS 6, jaargang 18, blz 30 en ik heb inderdaad geleerd hoe ik correct moet verwijzen maar heb daar nu geen zin in).
Dus moeten die witte blote beentjes de buitenlucht in. Met een zucht herinner ik me hoe ik gister gefascineerd naar de witte blote benen van een medestudent zat te kijken. Ze had stevige kuiten, van die boeren ik-sta-de-hele-dag-het-land-te-bewerken-kuiten. Maar dat dat niet de werkelijke dagelijkse praktijk was bewees de pure witheid van haar vlees. De zon had het er duidelijk nog geen bruin korstje op geschroeid. Ik dacht: oeh, donders gênant, da ka so nie hoar (ik denk uiteraard in het Nieuwleusens dialect, hoewel er alleen ABN over mijn lippen komt).
Maar met diezelfde schaamte kijk ik vanochtend in de spiegel. Zo wit, zo roomwit. Ik hoor de moeder van een vriendinnetje in mijn achterhoofd : “Kind, jij bent niet gewoon wit, jij reflecteert!” Nogmaals een zucht en dan een besluit. Vandaag trek ik met mijn witte benen naar buiten. Eens moet de eerste keer zijn.